Statuten

(versie d.d. Amsterdam, 4 januari 2007, incl wijzigingen d.d. 27 aug 2009)

Naam en Zetel
Artikel 1
1. De stichting draagt de naam: Stichting Vogin.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Utrecht.

Doel
Artikel 2
1. De stichting heeft ten doel het vergroten van de kennis en de vaardigheden van beroepsbeoefenaren in de informatiedienstverlening, het promoten bij de overheid en het bedrijfsleven van de informatiedienstverleningen voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in
de ruimste zin.
2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
a. het financieren, organiseren en geven van trainingen, cursussen en workshops;
b. het sponsoren van relevante activiteiten;
c. het toekennen en verstrekken van budgetten aan werkgroepen en/of vergelijkbare instellingen die voor de stichting relevante activiteiten (doen) organiseren, met dien verstande dat werkgroepen die voorheen gelieerd waren aan de (thans in de onderhavige stichting omgezette) vereniging Vogin hierbij voorrang krijgen boven
werkgroepen en/of vergelijkbare instellingen van buitenaf.

Inkomsten
Artikel 3
De stichting verkrijgt haar inkomsten uit:
– het geven van trainingen, cursussen en workshops;
– subsidies en donaties;
– schenkingen, erfstellingen en legaten;
– alle andere verkrijgingen en baten.

Bestuur
Artikel 4
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden, met dien verstande dat het aantal leden oneven dient te zijn, en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden wordt met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.
2. Tot bestuurder kunnen alleen personen worden benoemd die actief zijn op het gebied van de documentaire informatievoorziening. Voorts dient ten minste een van de bestuursleden relevante ervaring te hebben op het gebied van opleidingen met betrekking tot informatiedienstverlening
3. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Deze functie van secretaris en penningmeester kunnen door dezelfde persoon vervuld worden.
4. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van maximaal drie jaar. Onder een jaar wordt te dezen verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse vergaderingen van het bestuur. De bestuursleden treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is tweemaal onmiddellijk herbenoembaar.
5. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende bestuurslid) zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s), zulks met inachtneming van het bepaalde in lid 2.
6. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, met dien verstande dat hij of zij zich, naast de in lid 5 van dit artikel opgenomen verplichting, zal of zullen beperken tot besluitvorming die geen verder uitstel kan lijden. Alle overige besluitvorming dient zoveel mogelijk te worden opgeschort, totdat het bestuur weer uit tenminste drie leden bestaat.
7. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten, zoals reis- en verblijfkosten, telefoonkosten en kopieerkosten.

Bestuursvergaderingen en bestuursbesluiten
Artikel 5
1. De bestuursvergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de stichting haar zetel heeft; met algemene stemmen kan het bestuur besluiten elders te vergaderen.
2. Ieder kalenderjaar worden tenminste twee vergaderingen gehouden.
3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave Van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft aldus, dat de
vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
4. De oproeping tot de vergadering geschiedt behoudens het in lid 3 bepaalde door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van oproepingsbrieven, die per gewone post, per telefax of per electronic mail verzonden kunnen worden.
5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
6. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de  meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een
medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor een medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.
10. Tenzij een van de bestuursleden zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet, kan het bestuur ook buiten vergadering besluiten nemen, mits met algemene stemmen van de bestuursleden. De stemmen moeten schriftelijk worden uitgebracht, waaronder begrepen per telefax en electronic mail. Van een aldus genomen besluit wordt onder
bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van een stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
14. Tenzij elders in de statuten anders wordt bepaald, is het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

Bestuursbevoegdheid
Artikel 6
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.
3. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.

Vertegenwoordiging
Artikel 7
De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur, alsmede door twee gezamenlijk handelende bestuursleden.

Einde bestuurslidmaatschap
Artikel 8
1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
– indien een bestuurder die in een bepaalde kwaliteit tot bestuurder is benoemd zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 niet langer meer aan deze kwaliteitseis voldoet;
– na het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 4 lid 4;
– door overlijden van een bestuurslid;
– bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
– bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);
– bij ontslag door de rechtbank op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek;
– bij ontslag door het bestuur in geval van de stichting in redelijkheid niet gevergd kan worden het bestuurslidmaatschap te laten voortduren, waartoe wordt besloten met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden (met uitzondering van het bestuurslid wiens ontslag aan de orde is) aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.
2. Een bestuurslid kan door het bestuur worden geschorst, waartoe moet worden besloten met algemene stemmen; het bestuurslid wiens schorsing aan de orde is, komt in deze vergadering geen stemrecht toe. Indien een bestuurslid is geschorst, dient binnen drie maanden na de ingang van de schorsing te worden besloten, hetzij tot ontslag, hetzij tot opheffing van de schorsing, bij gebreke waarvan de schorsing vervalt. Een geschorst bestuurslid heeft behoudens het hierna bepaalde geen toegang tot de bestuursvergaderingen en kan geen stem uitbrengen. Een bestuurslid wiens schorsing of ontslag wordt voorgesteld, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de bestuursvergadering te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te doen bijstaan.

Boekjaar en jaarstukken
Artikel 9
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te
bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
3. Onverminderd het overigens in de wet bepaalde, is het bestuur verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken en op papier te stellen. In geval de stichting een of meer ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het handelsregister
moeten worden ingeschreven, wordt bij de staat van baten en lasten de netto-omzet van deze onderneming(en) vermeld.
4. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd
beschikbaar zijnen binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

Reglement
Artikel 10
1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden
geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
2. Het reglement mag niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.
3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.
4. Op de vaststelling, wijzigingen opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.

Statutenwijziging
Artikel 11
1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.
2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.
3. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de wet aangewezen handelsregister gehouden door de bevoegde Kamer van Koophandel en Fabrieken.

Ontbinding en vereffening
Artikel 12
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.
2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 11 lid 3.
5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting. Besluiten dienaangaande dienen te worden genomen met algemene stemmen.
7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar; het bestuur is bevoegd een andere bewaarder en/of een opvolgend bewaarder aan te wijzen.